In sloppen zijn mensen beter af
In sloppen zijn mensen beter af

‘We zijn weer terug bij Dickens’, meent de marxistische milieuman Mike Davis. Wat vandaag gebeurt in de Derde Wereld, zag Charles Dickens al in de sloppen van het 19e eeuwse Londen. Voor een westerling, vertrouwd met verhalen over Olivier Twist en David Copperfield, is het inderdaad verleidelijk om vanuit een Dickensiaans perspectief naar de slums van Dhaka, Kinshasa of Lima te kijken.

Maar dat perspectief is achterhaald. In de sloppen van het oude Europa was het leven vele malen dramatischer dan in de slums van het huidige Azië of Afrika. De sterfte onder kinderen en hun moeders was in de 19e eeuw zo massaal, dat de stadsbevolking alleen op peil kon blijven door de constante aanvoer van mensen uit de dorpen. Op het Engelse platteland bijvoorbeeld, was de levensverwachting 45 jaar. In de industriestad Manchester daarentegen, kwam de levensverwachting niet hoger dan 25 jaar.
In de huidige ontwikkelingslanden is de situatie omgekeerd. Op het Afrikaanse platteland is de kindersterfte fors hoger dan in de Afrikaanse steden. Ook de levensverwachting ligt in de steden beduidend hoger dan op het platteland. Tientallen miljoenen kinderen blijven in leven om het simpele feit dat hun moeders besloten om in de stad te gaan wonen. En dan krijgen deze moeders ook nog eens minder kinderen dan moeders op het platteland. Stadsvrouwen in Ethiopië baren gemiddeld 2,6 kinderen terwijl Ethiopische plattelandsvrouwen er 5,5 baren. Verstedelijking dempt de bevolkingsgroei.

Kinderen die opgroeien in slums, gaan veel vaker naar school. En slumbewoners zijn minder arm dan dorpsbewoners. In Brazilië lijdt vijf procent in de Favela’s extreme armoede, terwijl dat maar liefst 25 procent is van de bevolking op het Braziliaanse platteland. Het percentage extreem armen in de slums van het Nigeriaanse Lagos is ongeveer de helft van dat percentage in de Nigeriaanse dorpen. De slums van het Indiase Kolkata worden gezien als ellendig. Maar het percentage extreem armen in Kolkata is 11 procent, terwijl de extreme armoede op het omliggende platteland van West Bengalen rond de 24 procent hangt.

In sloppen zijn mensen beter af
Overigens laten niet alléén migrerende boeren Afrikaanse steden groeien. Ze groeien ook zo hard omdat hun bewoners alsmaar ouder worden en omdat hun kinderen steeds minder vaak doodgaan. Verstedelijking blijkt, kortom, een van de belangrijkste krachten achter de afname van armoede en daarmee een enorme motor onder het bereiken van de ontwikkelingsdoelen. De massale trek naar de stad laat maar een verklaring toe: het is domweg beter om in een stad te wonen. Zelfs al is het in een krottenwijk.
Slums maken mensen niet arm of armer. Het is juist andersom. Arme mensen trekken naar slums omdat ze er verwachten beter af te zijn. ‘Brazilië, China en India worden de komende vijftig jaar waarschijnlijk een heel stuk rijker. Die rijkdom zal worden geschapen in steden die verbonden zijn met de rest van de wereld. En niet op het geïsoleerde platteland.’ Dat meent econoom en voorspreker van de moderne stad Ed Glaeser. ‘Het is normaal om de maar al te reële problemen van de arme megasteden te zien en vervolgens te bedenken dat de mensen dan maar terug moeten gaan naar hun dorpen. Maar de steden, en niet de dorpen, zullen de ontwikkelingslanden helpen.’

Foto's
© Ralf Bodelier, Schoolfeeding, Ndirande, Malawi. 2006
© Ralf Bodelier Shop owner, Mtakataka, Malawi 2015